Met de start van den 2026 Dakar het ideale moment om een update te delen van De Wakke.
Het was een bewogen jaar voor motorrijder Walter Roelants (65). Dat hij zijn ongeval op een Dakar-piste in Marokko kan navertellen is een mirakel. Hij bleef na de klap verlamd vanaf zijn borst. Hetzelfde lot dat zijn zoon Joël tien jaar geleden trof. Maar harder dan een Roelants maken ze ze niet. ”Ik voelde dat ik aan het sterven was, maar ik mocht me niet laten gaan.”
Walter Roelants is geen neofiet op de motor: na een motorcrosscarrière reed hij in 2021 als eerste Belg boven de 60 Parijs-Dakar uit. Hij verzamelde met die stunt 48.683 euro voor de vzw To Walk Again. In 2022 probeerde hij het nog eens, maar moest toen na een zwaar ongeval worden gerepatrieerd.
Begin februari 2025 stond hij toch weer in het woestijnzand met zijn geliefde Husqvarna 450 Rally. Hij had aan zijn vrouw en aan zichzelf beloofd dat het écht de laatste extreme offroadtocht zou zijn. Dit keer geen koers, maar een rit met vrienden langs de oude Dakar-route vanuit Marokko tot in Senegal. Op 9 februari ging het mis: hij brak zijn rug en bleef verlamd vanaf zijn borst. Het was exact dezelfde blessure die zijn zoon, internationaal motorcrosser Joël, ooit opliep in de GP van Italië. Die brak toen dezelfde Th4-wervel en zit sindsdien in een rolstoel.
Toch woont Joël vandaag volledig zelfstandig, is hij bondscoach van het Belgische motorcrossteam en rijdt hij zelfs weer motorcrosswedstrijden, met zijn onderbenen vastgegespt op zijn crossmotor. Toen hij zijn vader voor het eerst in het ziekenhuis bezocht, zei Joël: “Pa, wat gaat ge doen? Opgeven, of ervoor gaan?” “Ik heb geantwoord: ‘Ik ga ervoor’”, zegt Walter. “Goed”, zei Joël. “Dan kan je al 50 procent van de miserie laten vallen.”
“Mooi namiddagritje”
Maar eerst terug naar de Marrokaanse woestijn. “We zouden twaalf dagen rijden”, begint Walter. “We waren met vijftien: één vriend van mij en nog dertien gelijkgestemden. Dag drie was een kortere rit en onze begeleider zei: ‘Ik heb voor de liefhebbers nog een mooi namiddagritje.’ We vertrokken met een hele hoop, maar na vijf minuten waren we nog met drie. Het parcours liep via torenhoge duinen met extreem los zand.”
“Op zo’n duin van een paar honderd meter hoog reed ik vast, net voor de top. Mijn Husqvarna stond haaks op die duin en ik stond daar wat te kijken om de beste route te vinden om erover te geraken, toen mijn voorwiel in het losse zand wegschoof en ik opeens naar beneden reed. De motor was ondertussen afgeslagen, waardoor ik steeds meer snelheid maakte. Tot ik over kop ging en mijn machine op mijn lijf kreeg. Ik hoorde een krak. Pijn voelde ik niet. Mijn eerste reactie was in mijn bil knijpen. Ik voelde niks. Toen wist ik, (refererend aan zoon Joël, red.) ik heb het ook zitten.”
Niemand van de kompanen van Walter had het ongeval zien gebeuren. “Tja, ge rijdt twee-, driehonderd meter uit elkaar en je wacht elkaar regelmatig op. Uiteindelijk was het mijn maat Henri die zich zorgen maakte en terugkeerde om me te zoeken en vond. Ik zei: ‘Henri: niet aan mijn lijf komen! Ik ben verlamd.’”
Henri probeerde daarop verwoed met de organisator van de woestijnraid te bellen, maar die nam niet op. “Ik heb daar vier uur gelegen. Plots was er toch contact met de organisatie. Uiteindelijk ben ik met een jeep tot in ons hotel geraakt, vastgegespt met riemen in de open laadbak, met de klep van die terreinauto achteraan open.“
Horrorfilm
Daarna reed een ambulance Walter tot in het ziekenhuis. “Toen was het echt kantje boord. Ik stikte. Achteraf bleek dat ik een geperforeerde long had en dat er anderhalve liter bloed in mijn longen was gelopen. Ik voelde dat ik aan het sterven was en zei tegen mijn vriend Henri in de ziekenwagen: ‘Ik ga niks meer zeggen, want ik stik.’ Het enige wat ik vanaf dan nog af en toe heb gemompeld was ‘rapper!’ Ik bleef altijd bij bewustzijn, want ik wist dat ik me niet mocht laten gaan. Ik moest gefocust blijven.”
Wat volgde leek een scène uit een horrorfilm. “Een dokter in dat ziekenhuis maakte een snede in mijn zijde en duwde daar onverdoofd een grote tube in, terwijl hij ondertussen zijn computerscherm in ‘t oog hield. Ik zie hem nog altijd uit alle macht duwen. Hij wist goed wat hij deed, want dat was nodig om het bloed in mijn longen te laten weglopen. Daarna kerfde hij ergens anders een tweede incisie, waar hij weer zo’n buis induwde, dit keer om het water te laten weglopen dat zich rond mijn longen had verzameld.”
In de cruciale dagen daarop was er druk contact tussen orthopedisch chirurg Toon Claes uit Herentals en de behandelende arts in Marokko. “Daar ben ik Toon zeer dankbaar voor”, zegt Walter. “Hij zat op dezelfde golflengte als die Marokkaanse arts. Het commando luidde ‘niet naar huis komen, je kan niet vliegen met een geperforeerde long, laat u daar ter plaatse opereren.’ En dus stelde ik mijn vertrouwen in die Marokkaanse dokter. Hij heeft me niet teleurgesteld.”
Na tien dagen diende de evacuatie naar België zich aan. “Dankzij de bemiddeling van mijn jongste zoon Axel ben ik met een privévlucht tot in Zaventem geraakt en daarna tot in UZ Gasthuisberg in Leuven.”
Na een dag of drie dreigde het daar nog eens mis te gaan: Walter belandde in een coma. Met een dubbele longontsteking én een ziekenhuisbacterie erbovenop. “Toen heb ik echt moeten knokken”, blikt Walter terug. “In mijn onderbewustzijn heb ik alles meegemaakt. Telkens ik weggleed naar het einde, verscheen er in mijn koortsdromen een zwarte man die riep ‘Halt!’ En mij dan weer naar boven trok. Ik zweefde wekenlang tussen leven en dood.”
Na weken in coma mocht Roelants op 20 april beginnen aan zijn revalidatie in Pellenberg. Pas sinds half oktober is hij weer thuis, bij zijn wederhelft Leen. Die mengt zich slechts één keer in het gesprek. “Toen hij in coma belandde is het heel hard bergaf gegaan. De artsen kregen het niet onder controle.” Leen bleef negen maanden alleen thuis.
De ziekenhuisbezoeken volgden elkaar op. “Toen hij uit de coma was kon hij niet spreken, niks zien omdat zijn ogen waren afgeplakt, en ook niks horen. We communiceerden met tekens. Ik weet nog dat ik heel kwaad was toen ik van zijn ongeval hoorde. Nóg eens! Maar ge moet erdoor en ik heb het alleen verwerkt. Dat wilde ik zo.” Als zijn madam in de keuken is, zal Walter stilletjes zeggen: “Ik ben blij dat ik zo’n vrouw heb.”
Weer op stap
De vraag vanaf toen was: hoe komt de patiënt hieruit? De dokters zagen het somber in. “Je gaat niks meer kunnen”, klonk het. Daar was Walter het niet mee eens. “’Bullshit!’, zo dacht ik. Ik nam onze Joël als voorbeeld.” Maar nóg temperden de artsen: “Je bent niet realistisch.”
Misschien waren ze vergeten dat ze het tegen een Roelants hadden, want intussen revalideert Walter thuis verder. Hij rijdt met zijn rolstoel – aangedreven door een eenwielige, elektrische Stricker – zelf naar zijn kinesist in Grobbendonk. Hij maakt volop plannen. “Die Stricker rijdt 60 km op zijn batterij, tegen 22 per uur. Ik ga straks een handbike kopen en train mijn spieren volop. In het begin kon ik zelfs mijn gsm niet optillen van tafel. Ik ben ervan overtuigd dat ik nog 50 procent aan spierkracht kan winnen.”
100 procent genieten
Denkt hij nog aan het ongeval? “Weinig”, zegt Walter. “Het is gebeurd, het zij zo. Ik heb direct de knop omgedraaid. Ik blijf niet hangen in het verleden. Als je in de hoek gaat liggen janken, is het leven voorbij. Ik wil vooruit en ik wil van elke minuut hier 100 procent genieten. Al de rest is tijdverlies.”
“Ik ben blij dat mijn ouders – we waren met negen thuis – mij keihard hebben opgevoed. Op de juiste manier; het waren fantastische ouders. Als je jong bent moet je weerstand kweken. Op mijn leeftijd heb ik nu nog een lange bucketlist. Met de motor rijden, het mooiste wat er is op de wereld, dat is natuurlijk gedaan. Zo zot als onze Joël ben niet. Maar ik trek me wel op aan zijn devies: ‘Pa, ik kan meer dan mannen die niks mankeren!’ Straks ga ik ook weer werken in mijn bedrijf. Binnen twee weken is mijn auto aangepast aan mijn handicap en dan rijd ik weer naar de werf om tussen mijn gasten te staan. Zo wil ik stapsgewijs mijn grenzen verleggen.”
– met dank aan Marc Helsen voor het interview in GVA.
