Aan de vooravond van het motocrossseizoen 2026 staat Team Maddii Racing Honda Italia – ABF Italia aan de start met een vernieuwde structuur en een nieuw sportief project. Teammanager Marco Maddii blikt vooruit op het seizoen, de ambities van het team en de uitdagingen binnen de sport.
Marco, we staan aan het begin van het seizoen 2026 en het team verschijnt met een nieuwe opzet aan de start. Hoe benader je dit nieuwe avontuur?
“Ja, het is een nieuw avontuur, een nieuwe klasse. We zijn opnieuw aan de slag gegaan met jonge rijders, we zijn zeer gemotiveerd en geloven sterk in dit project. We staan er goed voor, maar dit is uiteraard pas het begin van een nieuw traject, dus we hebben tijd nodig om te groeien en ons verder te ontwikkelen.
Op dit moment werken we intensief aan de ontwikkeling van zowel de motorblokken als de vering. Daarom verwachten we in de eerste twee wedstrijden nog niet meteen aan de absolute top te staan, maar deze races zullen een belangrijke graadmeter zijn om te begrijpen waar we ongeveer staan.
De wintertraining is voor iedereen goed verlopen. We zullen met drie rijders aan de start verschijnen, al zal Escandel ontbreken omdat hij herstellende is van een blessure. De verwachtingen voor het seizoen zijn hoog met Rossi en Alvisi, maar ook met Escandel en Mannini. Het potentieel is er en ons doel is om het maximale uit deze rijders te halen. Als we daarin slagen, kunnen we zeker belangrijke resultaten behalen.”
Team Maddii Racing is al jarenlang een toonaangevend team in de motocross, als het ware in de voetsporen van de familie. Wat motiveert je om telkens het beste van jezelf te geven en te blijven investeren in deze sport?
“Dat is zonder twijfel de passie en het plezier in dit werk, iets wat ik altijd heb gehad. Ik heb het al als kind meegemaakt, toen mijn vader nog zeer nauw bij het team betrokken was. Ik hou van deze sport omdat ik er mijn hele leven al in actief ben, en ik geniet ook enorm van de rol die ik de afgelopen jaren heb mogen vervullen.
Wat mij drijft, is de voldoening die dit werk me geeft. Ik kan me eerlijk gezegd niet voorstellen om iets anders te doen. Dat is mijn motivatie om onze organisatie steeds verder te verbeteren en te laten groeien, met als doel om in de toekomst een wereldwijd referentiepunt te worden. De drang om te groeien is er altijd, er is nog veel werk te doen, en aan motivatie geen gebrek.”
Hoe bereiden jullie de rijders voor op de eerste wedstrijden van een seizoen dat op alle vlakken veeleisend belooft te worden?
“De winterperiode is het moment waarop je de basis legt. In Italië zijn de weersomstandigheden niet altijd ideaal, waardoor het soms lastig werken is. Daarom richten we ons in de winter vooral op basistraining, met lange sessies waarin de nadruk ligt op uithoudingsvermogen.
Tot nu toe hebben we minder op pure snelheid gewerkt en vooral gefocust op starts en conditie. Het doel was om te rijden op moeilijke circuits en onder alle omstandigheden. We hebben getraind in modder, zand en op zwaar beschadigde banen. We hebben echt alles meegemaakt deze winter en dat was voor iedereen een waardevolle ervaring.
Nu de wedstrijden dichterbij komen, beginnen we uiteraard meer aan snelheid te werken en nog intensiever op starts te focussen. Op fysiek vlak hebben de rijders uitstekend werk geleverd, met veel krachttraining in de gym. Het uithoudingsvermogen ontwikkelen we vooral op de motor, terwijl we in de gym werken aan kracht, maar ook aan wendbaarheid, balans en coördinatie. Dat vormt de basis van onze wintertraining.”
De motocrossmarkt blijft stabiel en gezond. Als een van de jongste teammanagers: wat kan er volgens jou worden gedaan om meer publiek naar het circuit te trekken?
“Ik denk dat een van de zwakke punten van onze sport de infrastructuur is. De ontvangst op veel circuits is vaak niet optimaal en dat schrikt mensen af. We moeten op dat vlak echt stappen vooruit zetten. De paddocks, sanitaire voorzieningen, algemene services en horeca zijn vaak ondermaats, en dat is een probleem.
Daarnaast is ook de kwaliteit van de tv-uitzendingen een aandachtspunt. Door meer te investeren – en ik begrijp dat dit een budgetkwestie is – kan er veel verbeterd worden op het gebied van beeldkwaliteit en presentatie. Er is veel mogelijk, maar dit hangt samen met het niveau van de sport zelf. Zolang het lastig blijft om grote sponsors aan te trekken, wordt het voor organisatoren moeilijk om fors te investeren in televisieproducties. Dat is een vicieuze cirkel die we moeten doorbreken. Wat mij betreft begint dat bij het verbeteren van de faciliteiten op de circuits.”

