23.2 C
Amsterdam
19 juli 2024
Motocrossplanet
Home » Interview levende legende Ivan Cervantes

Interview levende legende Ivan Cervantes

Ivan Cervantes wordt algemeen beschouwd als een enduro legende. Al doet die omschrijving hem ook te kort. >Cervantes is viervoudig enduro wereldkampioen, SuperEnduro wereldkampioen, Guinness World Record houder, Dakar finisher, adventure bike winnaar en nu Triumph testrijder. Wij schoven aan tafel met “El Torito” voor een uitgebreid gesprek.

Cervantes is de allereerste Spaanse enduro wereldkampioen, de allereerste Spaanse “ISDE” scratch winnaar, hij reed de gloednieuwe KTM EXC-F 250 (met dubbele bovenliggende nokkenas) naar de E1 wereldtitel in 2005 en speelde een cruciale rol in de ontwikkeling van de veelgeprezen Triumph TF 250-X MX crossmotor. Nieuwe uitdagingen hebben de 42-jarige Spanjaard duidelijk nooit afgeschrikt.

Het moet veel voldoening schenken om te zien hoe goed de MX2-motor van Triumph het doet en hoe enthousiast hij door de media is ontvangen?

Ivan Cervantes: “Het is echt geweldig! Mijn eerste gesprek over dit project was eind 2019, het is dus een lang traject geweest. Maar ik ben heel dankbaar om betrokken te zijn bij ‘zo’n once in a lifetime’ kans. Het voelt alsof ik mijn tweede jeugd beleef, omdat ik zoveel heb gereden en het me toeliet om weer op een echt goed niveau te kunnen crossen. Ik ben ervan overtuigd dat de Triumph TF 250-X op dit moment één van de beste motoren in de MX2-klasse is.”

Hoe was het om te zien hoe Triumph er meteen stond. Jullie behaalden een podium met Mikkel Haarup in Argentinië, Jalek Swoll was snel in Monster Energy Supercross?

Cervantes: “Waaw, het was een ongelooflijk moment om te zien hoe Mikkel een podium pakte tijdens de allereerste GP waaraan Triumph deelnam. Hij pakte ook de holeshot in de tweede manche. Het was een enorm statement voor Triumph en een grote prestatie! Ik denk dat het voor elke fabrikant een historische prestatie is om in je allereerste race in zo’n competitief kampioenschap een podium te halen. Ik krijg er kippenvel van als ik erover praat. We hebben zoveel tijd en moeite gestoken in het maken van de best mogelijke motor. Die motor heeft iets van mijn DNA in zich! De emoties van Argentinië zijn alleen te vergelijken met de voorstelling van de motor in het LA Coliseum tijdens de SMX WK-finale. Om Ricky Carmichael en Jeff Stanton die avond een vol stadion te zien in rijden was magisch!”

Wat is precies jouw rol als testrijder?

Cervantes: “Nou, ik mag alle verschillende versies van de motor proberen tijdens het ontwikkelingsproces. Rijden met verschillende chassis, verschillende motoren en vering. Ik heb ook verschillende opties geprobeerd voor rempompen, verschillende uitlaten, wielen en tandwielen. Eigenlijk alles wat je maar kunt proberen! Je moet je daarbij echt concentreren op het gevoel met de motor. Meestal gaat dat in blokken van 10 ronden voor elke specifieke vraag van de ingenieurs. Daarbij concentreer je je ook op de juiste woorden om zo precies mogelijk uit te leggen wat je ervaart. Alleen bij uitzondering, zoals tijdens een in of outlap, raceten we een beetje tegen elkaar! Hoe dan ook, het was een lastige klus omdat Triumph besloot alles zelf te doen. Ze zijn dus niet gaan ‘shoppen’ om het chassis van deze fabrikant te kopen en de motor van een andere. Triumph koos ervoor om alles zelf te ontwerpen en ook veel onderdelen zelf te produceren. Dus soms moesten we twee stappen terug en besloten we dat een bepaald onderdeel niet werkte zoals de ingenieurs hadden gehoopt.”

Natuurlijk is de ontwikkeling van zo’n groot project een teamprestatie. Ook vanuit het perspectief van een testrijder. Wat vond je ervan om samen te werken met Ricky Carmichael , waarschijnlijk de beste supercrosser en motorcrosser ooit?

Cervantes: “Toen Ian Kimber, de Triumph projectleider voor motorcross, me vertelde dat ze Ricky hadden aangenomen, was ik sprakeloos. Allereerst was het duidelijk dat RC zoveel kennis en ervaring met zich mee zou brengen vanuit zijn achtergrond bij drie motorgiganten: Suzuki, Honda en Kawasaki. En dan is er natuurlijk nog zijn niveau van rijden en de reputatie die hij heeft opgebouwd. Toen Ricky soms zijn mening gaf, zag ik niet altijd meteen waar hij op doelde, totdat zijn opmerkingen tot me doordrongen. En hij had altijd gelijk! Echt geweldig om mee te maken. Vanuit persoonlijk oogpunt was het een droom die uitkwam, want ik had Carmichael-posters in de garage van mijn vader toen ik opgroeide! Ten tweede stelde Triumph een geweldige groep testrijders samen. Want ze haalden ook klepper als Clément Desalle en Ivan Tedesco binnen. Clément gaat nog steeds héél hard en Ivan had al een pak testervaring. Een van de opmerkelijkste dingen die gebeurden was dat we alle vier steeds dezelfde mening hadden over alle belangrijke beslissingen. Er was er niet één die zei dat we die kant op moesten gaan en een ander die een compleet andere richting op wilde.”

Hoe ben je in de motorcross terecht gekomen?

Cervantes: “Mijn vader was een motorliefhebber met een grote passie voor alles op twee wielen. Hij was vooral geïnteresseerd in GP-races, dus toen ik nog een peuter was, nam hij me mee naar wegracecircuits als Montmeló en Valencia om naar de races te kijken. Ik vertelde hem dat de motoren wel oké waren, maar dat ik liever banden met noppen had. Vraag me niet waar dat vandaan kwam! Zoals veel kinderen kreeg ik met Kerstmis een 50cc crossmotor en dat was de start. In het begin was ik echt slecht, om eerlijk te zijn. Mijn vader pushte me nooit, maar moedigde me aan. Stap voor stap groeide mijn zelfvertrouwen en begon ik wat lokale wedstrijden te winnen. Als je zeven bent is het best cool om naar de les te gaan met de trofee van afgelopen weekend in je schooltas!”

Je bent eigenlijk toevallig de enduro ingerold?

Cervantes: “Dat klopt! Ik was al bezig met motorcross toen het wat serieuzer werd in de 80cc. Ik won de Spaanse titel en werd derde in het EK. Ik deed het ook vrij goed op de grotere motoren. Ik won de Spaanse 125cc SX-titel in 1999 en werd het jaar daarop tweede in 250cc. In 2000 won ik de 125cc EK kwalificatie in zone A tegen rijders als David Philippaerts, Joaquim Rodrigues, Kevin Strijbos en Christophe Nambotin. In 2001 kreeg ik de kans om naar het WK 125cc te gaan met het team van de Spaanse motorbond op TM-motoren. Dat was een enorme stap voor mij, omdat ik voor het eerst het hele WK kon doen. Alleen de eerste 15 rijders scoorden punten, dus wat dat betreft was het moeilijker. Ik herinner me dat Namen in België mijn beste race was!”

Dat was waarschijnlijk de meest enduro-achtige motorcross GP ooit!

Cervantes: “Op dat moment wist ik nog niets van enduro. In die tijd was enduro zelfs het lelijke eendje van de Spaanse motorsport! Voor 2002 was ik van de 125cc rechtstreeks naar het WK 500cc gegaan. Ik reed voor KTM Spanje op de grote 540SX motor, dezelfde motor als Joel Smets. Een beest van een machine voor een 20-jarige! Ik was het seizoen sterk begonnen in Valkenswaard, maar raakte geblesseerd aan beide schouders tijdens de volgende GP in Bellpuig. Tijdens een controle bij mijn dokter adviseerde hij me om eerst wat enduro te rijden op vlak terrein voordat ik weer op de crossmotor zou springen. Zo ben ik begonnen, gewoon lol maken met wat vrienden. KTM hoorde dat ik enduro aan het rijden was en vroeg me op om Kari Tiainen te vervangen, die op dat moment 7-voudig wereldkampioen was. We maakten een plan om de laatste twee WK-rondes te rijden, hoewel ik in het begin aarzelde. Hoe kon ik de grootste enduro-legende van die tijd vervangen na een paar maanden enduro voor de fun?”

Maar zoals ze zeggen: de rest is geschiedenis?

Cervantes: “Ik weet niet zeker waarom ik me zo snel aanpaste aan enduro. In ieder geval had altijd al een goede snelheid in de motorcross. Op één kwalificatieronde kwam ik goed uit de verf en stond ik veel hoger dan ik in de race zou eindigen. Ik denk die pure snelheid iets is dat KTM heeft opgepikt. Voordat ik naar mijn eerste wedstrijd voor het WK enduro ging, reed ik een “testwedstrijd” in Spanje waar ik Juha Salminen, Anders Eriksson en een paar andere enduro-rijders van hoog niveau versloeg. Ik had nog geen idee wat ik aan het doen was, maar ik wist dat ik er meer in zat was en besloot door te gaan in de enduro. Mijn eerste EnduroGP was in Finland en het was zo zwaar: modderig, overal boomwortels, héél technisch. In mijn eerste special crashte ik 4, 5 keer. In één special! Er was maar weinig dat ik niet kapot had gereden. Kari (Tiainen) vertelde me dat ik meer speciale onderdelen op de motor had gebroken in één special dan hij in een heel seizoen.

Als waar-ben-ik-aan-begonnen moment kan dat tellen!

Cervantes: “Precies! Het was een erg confronterende dag, want ik eindigde rond de 15de plaats in mijn klasse en ik was absoluut verschrikkelijk in de scratch. Ik was die avond erg verdrietig en Kari Tiainen kwam met me praten op mijn hotelkamer. Hij vroeg me wat ik aan het doen was. Omdat het zo lekker ging in Spanje. Kari vertelde me hoe onder de indruk hij was geweest van de manier waarop ik de moeilijke stukken in Spanje had aangepakt. Ik gaf toe dat ik de druk voelde om hel te vervangen. Zijn advies was simpel: doe je best, maar vooral plezier vinden in het rijden en genieten van de omstandigheden. Op de tweede dag eindigde ik als derde algemeen en tweede in mijn klasse. Dat gesprek met Kari zette me aan het denken. Mijn tweede ronde in Zweden was ook erg positief met mijn eerste zege en daarom deed KTM me een aanbod om in 2003 fulltime aan enduro te gaan doen. “

De kans die je in 2002 greep om enduro te proberen, veranderde letterlijk jouw leven. Hoe kijk je daarop terug?

Cervantes: “Het was een kwestie van op het juiste moment op de juiste plaats zijn. Ik toonde wel potentieel in de cross, maar hoewel ik een beetje geld verdiende, moest ik ook nog veel investeren. In enduro vond ik een soort wedstrijden waar ik veel plezier aan beleefde en waar ik in uitstekende omstandigheden kon rijden: met een fabrieksmotor, ondersteund door geweldige mensen in het team van Fabio Farioli. Ik wist dat ik een kans had om mijn motorsport droom in enduro te verwezenlijken, maar de overgang was erg groot. Met de hulp van mijn vader heb ik me toegelegd op specifieke trainingen Natuurlijk hebben motorcrossers een hoge bochtensnelheid. Maar singletrack rijden in het bos, over stenen, over boomstammen en diepe modder, de uitdagende extreme proeven, dat is heel andere koek!”

De relatie van een elite enduro-rijder met zijn motor en de technologie is heel anders dan die van een elite motorcrosser. Dat moet een interessante ervaring zijn geweest voor jouw huidige rol als testrijder.

Cervantes: “Het is op zijn zachtst gezegd heel anders. Je moet bijvoorbeeld je eigen banden verwisselen binnen een tijdslimiet van 15 minuten. Je moet het motorblok begrijpen, hoe de motor zich gedraagt. Als je een technisch probleem hebt tijdens een verbindingsrit, moet je het probleem zelf oplossen. Plus het feit dat je elke dag zoveel tijd op de motor doorbrengt.”

In één jaar enduro groeide uit tot kandidaat-werelkdampioen. Achteraf gezien heb je een trend gezet voor motorcross GP rijders die overstappen naar het WK enduro: Johnny Aubert, Antoine Leo, Alex Salvini, Pela Renet , Loic Larrieu etc….

Cervantes: “Dat is waar. Ik denk dat ik anderen heb geïnspireerd en je noemde een aantal zeer sterke enduro-rijders, maar niet elke snelle motorcrosser was in staat om hetzelfde succes te behalen. Er kwamen er veel en velen faalden. Net zoals Stefan Merriman had gedaan, bracht ik wat agressie in mijn rijden. Dat heeft zeker ook ogen geopend in Spanje. We hadden goede jonge enduro rijders in mijn tijd, maar veel van hen richtten zich op rally. Ik was completer, bijvoorbeeld ook in zanderige omstandigheden vanwege mijn motorcrossachtergrond.”

Doet het jou iets dat je de weg hebt vrijgemaakt voor iemand als Josep Garcia?


Cervantes: “Zeker. Het geeft veel voldoening dat ik mijn rol heb gespeeld en een nieuw hoofdstuk kon beginnen voor Spaanse rijders in enduro. Josep Garcia is een van de allerbeste endurorijders ter wereld. Samen met Steve Holcombe, Brad Freeman, Andrea Verona en Hamish Macdonald beschouw ik hem als het neusje van de zalm in EnduroGP.”

Wie waren je sterkste tegenstanders in enduro?

Cervantes: “Zeker Mika Ahola vanwege zijn snelheid en talent maar ook vanwege zijn grote persoonlijkheid. Als Mika verloor, toonde hij veel sportiviteit en zei hij zoiets als ‘Gefeliciteerd, je was de beste vandaag en je hebt eerlijk gewonnen. Geniet van jouw overwinning! Maar geloof me morgen zal ik er alles aan doen om je te verslaan. En dat is wat hij zou doen! We waren heel felle rivalen, maar op een heel gezonde en respectvolle manier. Ik mis hem nog steeds (red. Ahola overleed in 2012). Na een dag van 7 of 8 uur versloeg hij me met minder dan een seconde of won ik andersom. Dat is ongelooflijk! Ik had ook geweldige duels met Christophe Nambotin en Pela Renet. En natuurlijk was mijn rivaliteit met Antoine Meo iets speciaals. Hij was erg agressief en spectaculair op de motor en we waren teamgenoten bij KTM! Meo was zeker één van mijn sterkste concurrenten.”

Je hebt 15 jaar WK enduro gereden waarop je 68 overwinningen en 73 podiumplaatsen behaalde. Dat is een opmerkelijke parcours op zich, maar hoe heb je de veranderingen in de sport in die tijd beleefd?

Cervantes: “Ik prijs mezelf gelukkig dat ik er in dit specifieke tijdperk bij was. Vanaf 2004 was er net een nieuwe promotor aangetreden. Dat was Alain Blanchard met ABC Communication. In die periode maakte de sport een grote evolutie door met meer tv-aandacht, meer media-aandacht, spectaculairdere speciale tests en een betere presentatie in de paddock. Ik vond het geweldig.”

Na enduro ging je naar rallyraid en deed je Dakar.  Hoe kijk je terug op dit hoofdstuk?
</strong>

Cervantes: “Allereerst is het een geweldige ervaring, het maakt je ook bescheiden. Het is een 15-daagse race, met een enorm aantal kilometers en zoveel moeilijkheden die je moet overwinnen. Van de navigatie tot het gevaar dat bij de Dakar hoort, het betreden van het onbekende, ook omdat je geen verkenning kunt doen. Het is het moeilijkste wat ik ooit heb gedaan. Mijn grootste fout was om mijn eigen grenzen te overschrijden. In mijn eerste Dakar eindigde ik 15de, wat een bemoedigend resultaat was voor een rookie. Dus voor 2017 dacht ik oké, kijk wat ik in enduro heb bereikt, dat kan ik hier ook. Nu is het tijd om aan te vallen! Dat resulteerde in grote, grote crashes. Ik was 11de of 12de met nog twee dagen te gaan en had een enorme crash. Gelukkig kwam ik er goed vanaf, geen grote verwondingen, niets gebroken in mijn lichaam maar de motor was helemaal kapot. Als je met 160 km/u onderuit gaat en je hebt twee kleine kinderen thuis… Dan begin je wel na te denken. In 2018 heb ik het nog een keer geprobeerd, maar ik had veel last van mechanische problemen. Dat gezegd zijnde, Dakar doen zonder grote problemen -van technische dingetjes over navigatieproblemen tot grote crashes- nou, dat is onmogelijk!”

Je hebt straffe stoten gedaan op motoren die -hoewel ze offroad eigenschappen hebben, zoals de Triumph Tiger of Scrambler- geen pure racemachines zijn  zoals enduro- of crossmotoren dat wel zijn. Hoe was het om je aan te passen aan die baanmotoren en er mee te racen, zoals je hebt gedaan met de Triumph Tiger in de Maxitrail-categorie?

Cervantes: “Natuurlijk moet je begrijpen dat zo’n motor zwaarder is. Over het algemeen heb je het bij een adventure bike over een motorfiets die meer dan 200 kg weegt en bovendien is het zwaartepunt anders. Je kunt er absoluut verbazingwekkende dingen mee doen. Jawel, zelfs spectaculaire dingen, maar vergeet nooit dat je op een grote motor rijdt. Een kleine fout maken kan een blessure of schade aan je motor veroorzaken. Je motor corrigeren als het fout gaat, is gewoon moeilijker dan op een lichtere motor. Het is echter erg leuk om het publiek te laten zien wat de Triumph Tiger kan in serieuze wedstrijden zoals de Baja Aragon, 1000 Dunas, Addax Rally of Bassella Race 1.”

Je hebt bijna alles gedaan wat mogelijk is op een crossmotor: motorcross, enduro, superenduro, harde enduro, een beetje supermoto, rallyraid en maxi-trail. Maar hoe ben je betrokken geraakt bij het Guinness Wereldrecord voor de meeste kilometers afgelegd in 24 uur?

Cervantes: “Nou dit was een idee van Triumph. Op een dag belde James Wood, de marketingmanager bij Triumph, me op en vroeg of ik een nieuwe uitdaging aan wilde gaan. Voor mij was een Amerikaanse rijder, Carl Reese, houder van het Guinness World Record voor de meeste gereden kilometers in 24 uur. Het record stond op meer dan 3.400 kilometer. In eerste instantie dacht ik: Echt niet, het is niet mogelijk om dit record te verbreken! Na een paar dagen nadenken dacht ik, waarom niet? Zoals je al zei, ik heb al van alles geprobeerd. Dus waarom niet zoiets geks als dit! We begonnen ons pas twee maanden voor de recordpoging voor te bereiden.”

Wat was het zwaarst aan die recordpoging?

Cervantes: “Een gemiddelde snelheid van meer dan 200 km/u aanhouden -je moet de verloren tijd van de stops proberen in te halen- is echt niet makkelijk. Zo lang op de fiets zitten is één ding, maar de mentale uitdaging is een andere. Overdag geconcentreerd blijven gaat nog wel, maar ’s nachts in het donker is het veeleisend. We hebben ook wat regen gehad. En als je al 12 uur hebt gereden, komt het besef dat je nog 12 uur te gaan hebt hard aan! Gelukkig is de Tiger 1200 GT Explorer een erg comfortabele motor, maar toch beginnen je schouders en nek na een tijdje behoorlijk pijn te doen. Er was een groot support team aanwezig dat me erg hielp om gemotiveerd te blijven. Al die mensen zijn er speciaal voor jou. Je kan ze niet teleurstellen, je moét je uiterste best doen. Uiteindelijk hebben we het record op 4.012 km gezet en iedereen was er super blij mee. Maar het waren wel de zwaarste 24 uur van m’n hele leven.”

Hoe bereid je je op zoiets voor?


Cervantes: “Ik probeerde zo gezond en fit mogelijk te worden in de aanloop naar het evenement. Daarnaast ben ik geleidelijk aan later gaan slapen en ongeveer twee keer per week ben ik ’s nachts gaan rijden. Gewoon 500, 600 kilometer om te wennen aan het verminderde zicht ’s nachts en het gevoel van de motor. Het was een geweldig avontuur.”

Bedankt voor jouw tijd Ivan.

Cervantes: “Graag gedaan!”

Tekst: Tom Jacobs

Foto’s: Triumph